Type
Crossword
Description

Met behulp van zonlicht koolstofdioxide en water omzetten in glucose fotosynthese
Stoffen zonder energierijke C-H verbindingen Anorganisch
Zonder zonlicht organische stoffen maken Chemosynthese
Langdurig samenleven van tenminste twee organismen waarbij de samenleving voor tenminste één van de organismen gunstig of noodzakelijk is symbiose
Deze producenten maken met behulp van zonlicht organische stoffen vanuit anorganische stoffen foto-autotrofe
Deze organismen zijn niet in staat organische stoffen vanuit anorganische stoffen te maken heterotrofe
Organismen die organische stoffen omzetten tot anorganische stoffen reducenten
Voorbeeld van een organische stof glucose
Voorbeeld van een anorganische stof koolstofdioxide
Afgebakend gebied wat bestaat uit alle organismen en hun abiotische omgeving, en de wisselwerking tussen beide. Ecosysteem
Alle organismen in een bepaald gebied Levensgemeenschap
Een groep organismen van dezelfde soort die niet in tijd of plaats gescheiden zijn en dus met elkaar kunnen voortplanten. Populatie
Alle plantensoorten in een bepaald gebied flora
Alle dierensoorten in een bepaald gebied fauna

Kruiswoordraadsel begrippen Crossword

Type
Crossword
Description

Iemand die werkt onder gezag, leiding en toezicht van een werkgever. Loontrekkende
Het vermogen om in bepaalde situaties kansen te zien, initiatieven te nemen en daarbij de beschikbare middelen juist aan te wenden. Ondernemingsgezin
Commerciële onderneming waarvoor winst maken de centrale doelstelling is. Profitonderneming
Geld van de overheid dat gegeven wordt voor een project of organisatie. Subsidie
Positief verschil tussen het totaal van de opbrengsten en het totaal van de kosten. WINST
Schematische voorstelling van de afgelegde weg van een product waarin bovenaan de onderneming staat die de grondstoffen levert en onderaan de onderneming die verkoopt aan consumenten. BEDRIJFSKOLOM
Middelen die tegen vergoeding in ondernemingen ingezet worden om te produceren ; natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. PRODUCTIEFACTOREN
Het verschil tussen de waarde van de verkochte producten en de waarde van die producten bij het binnenkomen in de onderneming. toegevoegde waarde
Het geheel van kopers en verkopers die geïnteresseerd zijn in een bepaald product. markt
Grafische voorstelling van de hoeveelheden van een bepaald product die de producenten wensen te produceren bij verschillende prijzen. aanbodcurve
De mate waar in de bevolking kan beschikken over goederen en diensten. welvaart
Automatische werking van de markt waarbij prijswijzigingen ervoor zorgen dat vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. marktmechanisme
Beleid dat erop gericht is de producten zo goed mogelijk tot bij de consumenten te brengen distributiebeleid
Hoeveel producten de consumenten wensen aan te kopen bij verschillende prijzen. Vraag
Verkoper, iemand die producten verkoopt. producent
Schommelen, op- en neergaan, wijzigen. fluctueren
onderneming waarvoor winst maken niet de centrale doelstelling is. socialprofitonderneming
Iemand die niet ondergeschikt is aan een werkgever. zelfstandige
Doet zich voor als de gevraagde hoeveelheid groter is dan de aangeboden hoeveelheid. Er ontstaat een opwaartse druk op de prijs. vraagoverschot
Grafische voorstelling van de hoeveelheden van een bepaald product die de consumenten wensen te kopen bij verschillende prijzen vraagcurve

aardrijkskunde, hoofdstuk 3, eindbegrip 7 (paragraaf extreme omstandigheden); welk begrip is dit? Crossword

Type
Crossword
Description

Behoort tot de koude klimaten. Het hooggebergteklimaat komt voor in bijvoorbeeld de Alpen en Himalaya. De temperatuur in deze hooggelegen gebieden komt alleen in de zomermaanden boven de 0°C. hooggebergteklimaat
De gemiddelde toestand van de atmosfeer in een bepaald gebied gemeten over dertig jaren. klimaat
Behoort tot de warme klimaten. In het tropisch regenwoud komt de gemiddelde maandtemperatuur het hele jaar door boven de 18 °C en is er het hele jaar door veel neerslag (meer dan 2.000 mm gemiddeld per jaar). Tropische regenwoudklimaat
Behoort tot de warme klimaten. Het ....... is vergelijkbaar met het tropisch regenwoudklimaat, maar heeft een droog seizoen. Dit is meestal in de winter. savanneklimaat
Klimaten met weinig neerslag. droge klimaten
Behoort tot de klimaten met weinig neerslag. Het woestijnklimaat is een zeer droog klimaat (ca. minder dan 250 mm neerslag per jaar). woestijn klimaat
De warme klimaten. Tropische regenklimaten
het ........... Behoort tot de klimaten met weinig neerslag. Het ........ is een droog klimaat (ca. 250-500 mm neerslag per jaar). Steppeklimaat
het ......... Behoort tot de koude klimaten. In een ......... komt de gemiddelde temperatuur in de koudste maand niet boven de -3°C en in de warmste maand blijft deze tussen de 0°C en 10°C. toendraklimaat
Een ........, ook wel jaargetijde genoemd, is een van de vier delen van het jaar. seizoen
Het uitbreiden van de woestijn. verwoestijning
Boomloos gebied waarin de winters lang zijn en de ondergrond het grootste deel van het jaar bevroren. toendra
Een drassig gebied vooral bestaande uit organisch materiaal (planten en dieren). moeras
Loofbos waar de bomen en struiken in de winter hun blad verliezen. zomergroen loofwoud
Een plek in de woestijn met toegang tot water. oase
Een rivier in een woestijn waarvan de rivierbedding een gedeelte van het jaar droog valt. wadi
Gebied met tussen de 250 en 500 mm neerslag per jaar. steppe
Gebied waarin het altijd warm is met een droge periode in de winter of in de zomer. savanne
Behoort tot de koude klimaten. Het hooggebergteklimaat komt voor in bijvoorbeeld de Alpen en Himalaya. De temperatuur in deze hooggelegen gebieden komt alleen in de zomermaanden boven de 0°C. hooggebergteklimaat
De koude klimaten. Poolklimaten

BB 2de semester Crossword

Type
Crossword
Description

Bewijs dat men mede-eigenaar is in een vennootschap. aandeel
De mogelijkheid om aangesproken te worden voor aangerichte schade. aansprakelijkheid
Deze verzekeringen zijn volgens de wet niet verplicht af te sluiten, je mag deze als zaakvoerder afsluiten voor uw eigen zaak. aanvullende verzekeringen
Systematische registratie van de bedrijfsactiviteiten, op basis van documenten (facturen, loonberekening, rekeningafschriften, … ) boekhouding
Belasting die elke consument betaalt op goederen en diensten die hij aankoopt of huurt. btw
Een bepaalde taak uitvoeren tegen betalingen o.a. een taxirit van plaats A naar plaats B Dienst
Wie zal bereid zijn om je producten te kopen? Categorie mensen die interesse hebben om je producten te kopen. Bv kinderboek Ò doelgroepen zijn kinderen en hun ouders. doelgroep
Gestructureerde ondervraging met de bedoeling informatie te bekomen. enquête
De eigen zaak stopt met bestaan, boeken neer, deur definitief gesloten faillissement
Banken en andere ondernemingen die financiële diensten leveren. financiële instelling
Belastingen fiscaliteit
Grondstoffen, hulpstoffen en gereedstaande producten die kant en klaar zijn om te verkopen. handelsgoederen
Handelshuurcontract Handelshuurovereenkomst
Verzekeringsovereenkomst Polis
De minimale duurtijd van een handelshuurovereenkomst negen
De persoon die een bepaald gebouw huurt bij de verhuurder huurder
Er zijn drie .... waaruit je kan kiezen als je gaat trouwen. huwelijksvermogensstelsel
Gerechtelijke regels respecteren juridische formaliteiten
Kruispuntbank van Ondernemingen KBO
Hij die iets koopt koper
Ze leveren grondstoffen, niet afgewerkte en volledig afgewerkte producten aan je studentenbedrijf.BE, tegen een prijs die onder de verkoopprijs in de winkels ligt. (Handelaars, verkopers) Leveranciers
Vennootschapsvorm geschikt voor grotere ondernemingen. De eigenaars of aandeelhouders krijgen aandelen die ze vlot kunnen verhandelen. De aansprakelijkheid van aandeelhouders is beperkt. naamloze vennootschap
Elke onderneming heeft een eigen nummer. Met dit nummer kan de onderneming zijn identiteit (bestaan) bewijzen tegenover de overheid. ondernemingsnummer
Een plan dat je moet opstellen om uw geldschieters te overtuigen in uw eigen zaak te blijven investeren. ondernemingsplan
Instelling die door de sociale partners in samenspraak met de overheid beheerd wordt. Ze zorgt o.a. voor kinderbijslag, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, … RSZ
Hetgeen de werknemer betaalt aan de RSZ via de werkgever. Wordt berekend op het bruto-loon. bijdrage
Persoon, instelling, onderneming, … waaraan de onderneming nog geld moet. schuldeiser
Bedrag dat de aandeelhouders oorspronkelijk in de onderneming brengen om te kunnen starten met het aankopen van producten. startkapitaal
De persoon die een bepaald gebouw aan een huurder verhuurt verhuurder
Hij die iets verkoopt met winst verkoper
Deze verzekeringen moet je volgens de wet af te sluiten verplichte verzekeringen
De plaats waar je uw eigen zaak gaat opstarten en openen vestigingsplaats

economische begrippen Crossword

Type
Crossword
Description

hetgeen wat in je bezit is maar nog niet fysiek is aangekomen Mobiele voorraad
Het moment waarop een bestelling geplaatst moet worden op een bepaald vast tijdstip met dezelfde kwantiteit goederen. vast bestelmoment
Geen voorraad van het product, het product is uitverkocht in de winkel. neen-verkoop
Voorraadniveau waarbij men moet gaan bestellen om mee-verkoop te vermijden. minimumvoorraad
Deze voorraad omvat de, volgens de administratie, werkelijke hoeveelheid in het magazijn aanwezige goederen technische voorraad
Geen voorraad van het product, het product is uitverkocht in de winkel. Out-of-stock
Het moment waarop een bestelling geplaatst moet worden zonder vast tijdstip zonder een bepaalde kwantiteit goederen variabel bestelmoment
De technische voorraad + reeds bestelde maar nog niet ontvangen goederen – reeds verkochte maar nog niet geleverde goederen; de voorraad waarover prijsrisico wordt gelopen. economische voorraad
Een grenswaarde, gebruikt bij het voorraadbeheer, die aangeeft dat het niveau van de voorraad te groot is geworden. maximumvoorraad
De extra voorraad die men aanhoudt om te voorkomen dat men bij toegenomen vraag niet kan leveren. buffervoorraad

Kruiswoordpuzzel Economie Crossword

Type
Crossword
Description

De laatste van de productiefactoren (AKNO) Ondernemerschap
Het beste voor iedereen Collectief belang
Gemiste opbrengsten door ander alternatief Opofferingskosten
Niemand kan verbeteren zonder dat het ten koste gaat van de ander Pareto-optimaal
Balanspost waarbij goederen al wel zijn geleverd maar nog niet betaald Crediteuren
Balans van alle opbrengsten en kosten over een bepaalde periode Resultatenrekening
Verhouding tussen eigen vermogen en totale vermogen Solvabiliteit
Marktvorm met een kleine groep aanbieders Oligopolie
Pensioensysteem in Nederland Omslagstelsel
Maximale productie van een bedrijf Productiecapaciteit
Gebied dat aangeeft hoeveel voordeel consumenten hebben die meer voor een product over hebben Consumentensurplus
Mate waarin een onderneming aan de betalingsplichten kan voldoen Liquiditeit
In waarde afnemen van geld Inflatie
Golfbeweging in de economische activiteit Conjuctuur
Vergroting maatschappelijke geldhoeveelheid Geldschepping

Het Rode Kruiswoordraadsel Crossword

Type
Crossword
Description

Op hoeveel fundamentele beginselen rust onze organisatie? Zeven
We vinden het belangrijk dat mensen elkaar kunnen helpen bij een noodgeval? Geef daarom een ander woord voor het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen? Zelfredzaamheid
Wat is de naam van ons nieuwe hotel waarin mensen met een beperking zorgeloos kunnen genieten? Domein Polderwind
Een ander woord voor een schenking van (on)roerende goederen via een testament? Legaat
Hoe noemen we een apparaat waarmee men door het toedienen van een elektrische schok het hart van een bewusteloze patiënt kan laten stoppen met fibrilleren, waardoor het opnieuw in een normaal ritme wordt gebracht? Defibrillator
Hoe noemt de club waar je als donor automatisch lid van wordt en waar je kan genieten van leuke acties en attenties? Club Red
Een ander woord voor de kleinste celfragmenten in je bloed? Bloedplaatjes
Op rodekruis.be kan je makkelijk zelf checken of je bloed, plasma of bloedplaatjes mag geven. Wat is de naam van deze online test? Donorzelftest
Het Rode Kruis is er ook op maat van kinderen en jongeren. Hoe noemt deze jeugdbeweging? Jeugd Rode Kruis
In welke stad is de hoofdzetel van Rode Kruis-Vlaanderen gevestigd? Mechelen
In hoeveel steden is er een donorcentrum van het Rode Kruis? Elf
Het geheel van regels die de humanitaire gevolgen van een gewapend conflict probeert te beperken? Internationaal Humanitair Recht
Welk comité treedt op bij gewapende conflicten? Internationale Rode Kruiscomité
Hoe noemt de Rode Kruisvrijwilliger die kwetsbare kinderen helpt bij het maken van hun huiswerk? Brugvrijwilliger
Hoe noemt de mascotte van Jeugd Rode Kruis? Breht
Hoe noemt onze bibliotheekwerking in zorgvoorzieningen? Zorgbib

Harry Potter en de steen der wijzen Crossword

Type
Crossword
Description

Hoe heet het hoofdpersonage Harry Potter
Waar gaat Harry naar school? Zweinstein
Wij is Harry's beste vriend? Ron Wemel
Wat zijn Harry en Malfidus Aartsvijanden
Hoe noemt Harry's moeder Lily Potter
Welke leerkracht haat Harry Sneep
Waar kon het kruid dat Harry en zijn vrienden tegenhield in het luik niet tegen? Licht
Hoe noemt de sport die de meeste tovenaars beoefenen Zwerkbal
Door wie zijn Harry's ouders vermoord? Voldemort
Wat voor een uil heeft Harry? Sneeuwuil
Wie was de spion van Voldemort krinkel
Wat kwam zweinstein binnen op Halloween Trol
Wie is het hoofd van Zweinstein PERKAMENTUS
Door wie werd Harry al heel zijn leven gepest DirkDuffeling
Wat hebben tovenaars nodig om te toveren? Toverstok

Woordsoorte Crossword

Type
Crossword
Description

Name van dinge wat ons kan sien, hoor, ruik,proe of voel. selfstandige naamwoorde
Ons gebruik die woord om aan 'n persoon,plek of dier 'n naam te gee. Eiename
'n Versameling goed. versamelname
Voorwerpe wat meervoude of verkleinwoorde het. soortname
Dit verwys na die stof waaruit iets bestaan. massaname
Hoeveelhede word hiermee gemeet. maatname
Die woord vertel vir ons wat gedoen word. werkwoorde
Hierdie woorde dui tyd aan en word saam met werkwoorde gebruik. hulpwerkwoorde
Hierdie "klein woordjies" dui dikwels posisie aan - waar iets is. voorsetsels
Hierdie woord sê hoeveel van iets daar is. telwoorde
Hierdie woord dui aan hoeveelste iets is. rangtelwoorde
Hierdie woorde verbind twee sinne. voegwoorde
Hierdie woord vertel vir ons meer van 'n selfstandige naamwoord. Byvoeglike naamwoord
Hulle vertel vir ons meer van 'n werkwoord. Bywoorde
Ons gebruik hulle in die plek van selfstandige naamwoorde. voornaamwoorde
Meer as een ding. Meervoude

6 vwo biologie - Hfd 19 deel 1 Crossword

Type
Crossword
Description

een stikstofbase adenine
1 van de genen van een genenpaar / variant van een gen allel
basentriplet aan het uiteinde van een tRNA-molecuul dat het complementaire codon op een mRNA-molecuul ontdekt. anticodon
moleculair biologen noemen een stuk DNA dat afgelezen wordt of afleesbaar is een antisense en het tegenovergestelde, dus niet afleesbaar, sense (letterlijk vertaald staat sense voor betekenis) antisense-DNA
de stikstofbasen van de beide nucleotidenketens zijn twee aan twee met elkaar verbonden. (A met T, en C met G) basenparing
deel van een chromosoom, waar de twee zusterchromatiden aan elkaar verbonden zijn. Bij de kerndeling hecht aan het centromeer de spoeldraad vast centromeer
Eén van de twee helften van een chromosoom, die bij het centromeer aan elkaar verbonden zijn. In de vroegste stadia van de celdeling zijn de chromatiden als overlangse helften van een chromosoom te zien chromatide
is het geheel van DNA en eiwitten in de celkern van eukaryotische cellen chromatine
structuur, die in lineaire volgorde genen bevat. Chromosomen bestaan uit DNA en eiwitten en zijn te zien tijdens mitose en meiose chromosoom
de nucleotideketen die niet wordt gebruikt tijdens de transcriptie coderende streng
groep van drie nucelotidebasen (triplet), die codeert voor een bepaald aminozuur in een eiwit codon
een stikstofbase cytosine
het verwijderen van een nucleotidepaar in het DNA deletie
een suiker met 5 C-atomen per molecuul, bestanddeel van DNA desoxyribose
desoxyribonucleïnezuur, een keten (molecuul) opgebouwd uit nucleotiden, die bestaan uit een suiker (desoxyribose) een stikstofbase en een fosfaatgroep DNA
enzym dat korte DNA-fragmenten aan elkaar koppelt DNA-ligase
is een epigenetisch proces waarbij een methylgroep (CH3-groep) aan een DNA-molecule wordt toegevoegd. Hierdoor verandert de structuur van het DNA, dat dientengevolge niet langer afleesbaar is tijdens bijvoorbeeld een transcriptie DNA-methylering
enzym dat langs de enkelvoudige nucleotideketens schuift tijdens de DNA-replicatie en er voor zorgt dat er DNA dubbelstrengen ontstaan DNA-polymerase
het kopieren van het DNA, waarna een chromosoom bestaat uit twee chromatiden die vastzitten met een centromeer DNA-replicatie
volgorde van de vier bouwstenen waaruit DNA is opgebouwd DNA-sequentie
de studie van wijzigingen in de genexpressie zonder dat er wijzigingen in de dna-sequentie plaats vinden epigenetica
invloeden die de werking van genen beinvloeden, zoals stress, voeding en drugs epigenetische factoren
organismen met een celkern eukaryoot
de coderende stukken DNA in een gen exons
een scheidingstechniek die moleculen onder invloed van een elektrisch veld laat bewegen in een gel. gelelektroforese
het tot uiting komen van een gen genexpressie
de volledige set genen vane en organisme inclusief niet-coderend DNA genoom
mutaties waarbij het aantal chromosomen in een cel veranderd is genoommutatie
het aan of uitzetten van een gen genregulatie
een stikstofbase guanine
enzym dat zorgt dat het dubbelstrengs-DNA uit elkaar 'ritst' helicase
de molecuulstructuur van het DNA, dat uit een dubbelspiraal bestaat en RNA dat uit een enkelspiraal bestaat. Een helix is een spiraalvorm waarbij elk punt dezelfde afstand heeft tot de centrale as helixstructuur
eiwitten waaromheen DNA ligt gerold in een chromosoom histonen
het toevoegen van een nucleotidepaar in het DNA insertie
niet coderende stukken DNA in een gen introns
soort chromosoommutatie, waarbij delen van het DNA worden omgedraaid inversie
niet-coderend DNA. De naam voor stukken DNA in het genoom die geen bekende functie hebben. Ongeveer 95 % van het menselijk genoom wordt beschouwd als "junk-DNA" junk-DNA
in de kernlichaampjes (nucleoli) wordt namelijk rRNA (ribosomaal RNA) aangemaakt, dat vervolgens getransporteerd wordt naar de ribosomen die zorgen voor de synthese van eiwitten. kernlichaampje
zie template-streng matrijsstreng
messenger RNA, dat meestal afgekort wordt tot mRNA, speelt een centrale rol in het tot expressie brengen van genetische informatie. Messenger RNA is een vorm van RNA die als 'boodschapper' (messenger) twee processen met elkaar verbindt: de transcriptie, waarbij een stuk DNA (een gen) overgeschreven wordt tot mRNA, en de translatie, waarbij het mRNA wordt vertaald naar een keten van aminozuren (een eiwit) mRNA
DNA liggend in de mitochondria; worden altijd via de eicel overgedragen mtDNA
verandering in de volgorde van het DNA of RNA mutatie
het junk-DNA. De naam voor stukken DNA in het genoom die geen bekende functie hebben. Ongeveer 95 % van het menselijk genoom wordt beschouwd als "junk-DNA" niet-coderend DNA
een stof, waarvan elk molecuul bestaat uit één of twee strengen nucelotiden, die samen één of twee polynucleotideketens vormen. Nucleïnezuur komt voor in DNA (twee ketens) en RNA (één keten) nucleïnezuur

Leereenheid 2 Crossword

Type
Crossword
Description

___________ assessering is waar leerders vergelyk word met wat normaal is vir daardie ouderdom, graad of klas Normverwysde
__________ assessering is waar ‘n leerder ‘n spesifieke persentasie in ‘n toets moet behaal. kriteriumverwysde
Die assessering ________ leer meet verbetering en help leerders om te weet wat om te verbeter. vir
By assessering vir leer is die onderwyser ‘n Fasiliteerder
By assessering as leer sal die onderwyser ___ assessering en –refleksie aanmoedig. Self
Selfondersoek, geannoteerde tekeninge, konsep kartering, kontrolelyste, wedersydse onderrig is vorm deel van ____________ strategieë Metakognitiewe
‘n Voorbeeld van normverwyde assesering is wanneer ‘n hardlooper in ‘n bepaalde ____ klaargemaak het. Plek
‘n Voorbeeld van kriteriumverwysde assessering is wanneer ‘n hardlooper in ‘n bepaalde _____ klaar gemaak het Tyd
Leerders met mekaar vergelyk word en kan lei tot die persepsie dat iemand met slegte punte “dom” is. Assessering ____ leer. Van
By assessering van leer is die onderwyser ______? Beoordeelaar